Lisa is juf – ze studeerde aan de universitaire pabo en volgt nu een premaster orthopedagogiek- en dyslectisch. Haar verhaal laat zien dat dyslexie niets zegt over hoe slim je bent - maar alles over hoe je brein werkt.
Als lezen het middelpunt is
‘HOI, ik ben Lisa. Ik ben juf, student en iemand die nieuwsgierig is naar mensen. En ik ben dyslectisch.’ Ze zegt het rustig, bijna vanzelfsprekend. Maar zo vanzelfsprekend voelde dat lange tijd niet. Want op de basisschool leerde Lisa vooral één ding: dat er iets was wat anderen wél konden en zij niet. ‘Die hele schooltijd draait om lezen en spelling. En juist dat kon ik niet goed. Dat voelde als falen.’ Tegenwoordig staat ze zelf voor de klas.
Als lezen het middelpunt is
Al vroeg zagen haar ouders en leerkrachten dat Lisa niet op hetzelfde tempo meedeed als de rest van de klas. In groep 3 viel het nog niet zo op, maar vanaf groep 4 werd het duidelijker. ‘Ik liep steeds verder achter met lezen en spelling. En in het onderwijssysteem moet je eigenlijk eerst falen voordat je hulp krijgt.’ In groep 5 kreeg ze een dyslexieverklaring. Daarmee begon ook een periode van intensieve begeleiding. ‘Ik kreeg hulp van een orthopedagoog die echt fantastisch was. Zij zag ook dat ik andere dingen goed kon. Maar ik moest wel elke dag extra oefenen. Ik deed dat altijd braaf, maar ik vond het niet eerlijk dat ik dat wel moest en anderen niet. En dat ik het nog steeds minder goed kon dat zij.’
Toch deed ze het. ‘Ik ben ambitieus. Dus ik wilde dat het beter ging.’ Maar ondanks alle steun bleef het gevoel dat ze tekortschiet. ‘Je zit in een klas waar iedereen bezig is met lezen en spellen. En jij bent degene die dat niet kan. Dat is als kind gewoon heel heftig.’ Een uitspraak van haar orthopedagoog uit groep 4 is haar altijd bijgebleven. ‘Ze zei: voor anderen is het een snelweg. Voor jou is het een zandpad. Het duurt langer, maar je komt er wel.’ Dat beeld is blijven hangen. ‘Ik wist: ik ga er wel komen. Misschien met meer hobbels, maar ik kom er.’
‘Mijn oma liet me zien dat dyslexie niet bepaalt wat je kunt bereiken.’
Het werkstuk van oma
In diezelfde periode gaf haar oma haar een opdracht die ze nooit meer is vergeten. Ze moest een werkstuk maken over tien beroemde dyslecten. ‘De titel was: Ik ben niet bom, ik ben dyslectisch.’ Het werkstuk stond vol spelfouten, maar dat was niet het punt. ‘Mijn oma wilde dat ik zag dat dyslexie niet betekent dat je minder kunt bereiken.’ Het was een eerste stap naar een ander verhaal over zichzelf.
Langzaam ontwikkelde ze een andere blik op leren. Waar Lisa op de basisschool voortdurend het gevoel heeft dat ze achterloopt, ontdekt ze later dat het beeld complexer is. ‘Op de middelbare school merkte ik dat ik niet snel kon rekenen, maar wel ingewikkelde wiskunde kon begrijpen.’ Tijdens haar studie wordt dat nog duidelijker. ‘Ik kan misschien niet foutloos spellen, maar ik kan wel sterke teksten schrijven en wetenschappelijke artikelen maken.’
‘Dyslexie is geen beperking meer die me tegenhoudt’
Dyslectische juf
Tegenwoordig staat Lisa zelf voor de klas, in groep 6. En ja, ze geeft ook spellingles. En ze leest voor. ‘Dat vind ik nog steeds spannend.’ Toen ze begon, vertelde ze haar leerlingen openlijk dat ze dyslectisch is. ‘Ik zei: als ik voorlees, maak ik soms fouten. Dan mogen jullie me helpen.’ De kinderen vonden dat helemaal niet raar. ‘Ze helpen gewoon. En ondertussen blijven ze zelf kritisch lezen. Dus eigenlijk helpen we elkaar.’
Tijdens haar studie aan de universitaire pabo kwam Lisa via een stage in contact met HOI Foundation. ‘Daar leerde ze over een andere manier van kijken naar dyslexie. ‘In mijn studie leer je vooral: dyslexie is een stoornis. Je kunt bepaalde dingen minder goed automatiseren. Bij HOI werd het verhaal breder. Wat mij zo raakte, is het idee dat die sterke kanten niet toevallig naast dyslexie bestaan. Ze ontstaan juist dóór dat dyslectische brein. Omdat automatiseren moeilijker gaat, ontwikkelen dyslecten andere manieren van denken. Je gaat anders kijken, verbanden leggen, oplossingen bedenken.’ Ze herkent dat meteen in zichzelf. ‘Ik kan bijvoorbeeld heel goed complexe structuren zien. Als we een toren moesten bouwen van bamboestokken, zag ik meteen hoe de constructie moest werken. Dat soort dingen zie ik gewoon voor me.’ Dat inzicht voelde bevrijdend. ‘Het is niet alleen iets wat moeilijk is. Het is ook iets wat me juist sterke kanten geeft.’
Die manier van denken ziet ze ook terug in haar studie en werk. ‘Grote analyses maken van schoolresultaten, patronen zien in cijfers - dat vind ik echt leuk. Dat gaat me goed af. Tegelijkertijd blijven sommige kleine dingen lastig. Mijn agenda plannen of kleine taken structureren kost me meer moeite.’
‘Ik vertelde mijn klas meteen dat ik dyslectisch ben.’
Scriptieprijs
Voor haar scriptie dook Lisa in een onderwerp dat haar persoonlijk raakt: dyslexie bij meertalige kinderen. Op de school waar ze werkt groeien veel leerlingen op met meerdere talen. Over dyslexie bij deze groep is nog relatief weinig bekend. ‘Tijdens het schrijven had ik steeds een meisje uit mijn klas in mijn hoofd. Ik vermoedde dat zij dyslectisch is en ze is meertalig.’ Dat gaf haar onderzoek een extra motivatie. ‘Het voelde echt alsof ik het ook een beetje voor haar deed.’ De scriptie leverde haar uiteindelijk een prijs op. ‘Dat voelde als erkenning. Dat ik dus wél wetenschappelijk onderzoek kan doen en goede artikelen kan schrijven.’
De juf die ze zelf nodig had
In haar klas probeert Lisa ruimte te geven voor verschillende manieren van leren. ‘Misschien probeer ik onbewust wel de juf te zijn die ik zelf graag had gehad.’ Ze vertelt over een opdracht waarbij leerlingen een weerbericht moesten schrijven over de planeet Mars. ‘Een kind schreef een verhaal over chocolade. Want Mars is ook een chocoladereep.’ Ze lacht. ‘Prima. Het ging mij erom dat hij schreef.’
In haar klas ziet ze nog steeds hoe snel kinderen denken dat ze “dom” zijn als iets niet lukt. ‘Kinderen koppelen dat heel snel aan elkaar. Als ik iets niet kan, ben ik dom.’ Daar probeert ze bewust tegenwicht aan te geven. ‘Een dyslexieverklaring is eigenlijk pas het begin. Daarna moet je met een kind kijken: wat helpt jou? Wat werkt voor jou?’ En minstens zo belangrijk: ‘Waar ben jij goed in?’
Vooruit
Voor Lisa voelt dyslexie inmiddels niet meer als iets dat haar tegenhoudt. ‘Ik zie het steeds meer als onderdeel van hoe mijn brein werkt.’ Ze wil zich blijven verdiepen in onderzoek naar dyslexie, vooral bij meertalige leerlingen, maar ook voor de klas blijven staan. ‘Het liefst combineer ik die twee. Zo kan ik de kinderen in de klas laten zien dat er meer manieren zijn om te leren. En mijn analytisch talent gebruiken in onderzoek.’