Linde Klaver ontdekte pas in haar examenjaar van het vwo dat ze dyslectisch is. Tegen die tijd was ze eigenlijk al uitgeput. Jarenlang had ze zichzelf door school heen gesleept door alles te compenseren: luisteren, onthouden, doorzetten en vooral heel hard werken. ‘Ik dacht gewoon dat dit was hoe het voor mij werkte.’ Nu helpt ze andere ouders en scholen om dyslectische kinderen beter te ondersteunen.
Een verklaring die alles veranderde
Linde zat op de vrije school en redde zich lange tijd vooral op haar gehoor en geheugen. Veel lessen waren mondeling en daardoor vielen de uitdagingen van dyslexie minder op. Pas toen ze voor haar vwo-examen naar een andere school moest, begonnen docenten zich zorgen te maken. ‘Halverwege het jaar zeiden ze: volgens mij moet jij getest worden.’
Dat gebeurde midden in haar examenjaar. Ze herinnert zich nog precies hoe ze ervoor uit de Duitse les werd gehaald. Toen het vermoeden van dyslexie werd bevestigd, voelde dat heftig. ‘Mijn toekomstbeeld stortte eigenlijk in één keer in.’
Linde had net open dagen bezocht voor de studie pedagogiek in Utrecht. Maar toen de dyslexieverklaring kwam, dacht ze meteen: universiteit gaat mij niet lukken. ‘Ik was zó moe van alles op eigen kracht compenseren,’ vertelt ze. ‘Ik dacht alleen maar: dit houd ik niet nog een studie vol.’
Vluchten in dans
In plaats van verder te studeren, koos Linde voor iets totaal anders. Ze ging dansen.
‘Dat was echt vluchten,’ zegt ze lachend. ‘Geen boeken. Gewoon bewegen.’
Ze nam een tussenjaar, volgde vijf danslessen per week en deed auditie voor een dansopleiding. Eerst probeerde ze uitvoerend danser te worden, maar uiteindelijk werd ze aangenomen voor de docentenopleiding. Tot haar eigen verrassing voelde dat meteen goed. ‘Eigenlijk zat ik veel dichter bij pedagogiek dan ik dacht.’ Dans gaf haar vertrouwen. ‘Ik heb daar geleerd om meer ruimte in te nemen,’ zegt ze. ‘Om letterlijk steviger te staan.’ Toch bleef dyslexie altijd op de achtergrond aanwezig. Ze leerde eromheen bewegen en zoveel mogelijk te vermijden wat energie kostte.
‘Is hij slim?’
Toen Linde moeder werd, kwam haar angst terug. Dyslexie zit diep in haar familie: haar moeder is dyslectisch, haar oma ook. Toen haar oudste dochter naar school ging, hield Linde daarom voortdurend in haar achterhoofd dat het erfelijk kon zijn. Ze beschrijft dat gevoel met een scène uit de film Forrest Gump. ‘Daar vraagt Forrest over zijn zoontje: “Is he smart?”’ zegt ze. ‘Zo voelde dat voor mij ook. Alsof ik bang was dat ik iets moeilijks had doorgegeven.’
In groep 6 kreeg haar dochter uiteindelijk de diagnose dyslexie. Ook zij bleek slim genoeg om lange tijd te compenseren. Maar voor Linde was het een belangrijk moment. ‘Toen dacht ik: ik kan hier niet meer voor weglopen.’
Ze dook volledig in de wereld van dyslexie, onderwijsregels en ondersteuning. Ze belde met scholen, instanties en zelfs het ministerie om uit te zoeken wat kinderen eigenlijk voor hulp mogen krijgen. ‘Ik wilde op gelijke voet met school kunnen praten,’ zegt ze. ‘Niet afhankelijk zijn van toeval.’ Wat haar vooral schokte, was hoeveel er eigenlijk nog hetzelfde was gebleven sinds haar eigen schooltijd.
‘Ik wil dat kinderen niet steeds de uitzondering hoeven zijn’
Het kind dat steeds de uitzondering is
Volgens Linde gaat dyslexie over veel meer dan spelling of langzaam lezen. Het gaat ook over voortdurend anders zijn in een klas. ‘Je bent degene met extra tijd en hulpmiddelen, toetsen in een andere ruimte.’ Dat vraagt veel van kinderen, ziet ze bij haar dochter. Die wilde per se naar het gymnasium. ‘Ze zei gewoon: ik wil dit.’ Linde besloot haar daarin volledig te steunen. ‘Vergelijk het met dat je topsporter wil worden met één been. Dan gaan we die sportprothese regelen.’
Samen gingen ze op zoek naar manieren van leren die beter pasten bij haar brein. Uiteindelijk kwam haar dochter op een school terecht met een sterke dyslexiecoördinator. Daar kreeg ze hulpmiddelen, zoals een voorleespen: een scannerpen die teksten direct in haar oor voorleest. ‘Dat veranderde echt alles.’
De school dacht actief mee. Voor Duits mocht haar dochter bijvoorbeeld werkstukken maken over Duitse geschiedenis in plaats van alleen eindeloos woordjes stampen. Grieks mocht ze vervroegd laten vallen. Frans ging uit het pakket. Zo ontstond langzaam ruimte om te focussen op waar haar talenten lagen. Nu zit ze in de vierde klas van het gymnasium. ‘Laatst zei ze: ik dacht eigenlijk dat ik allang van school af zou zijn. Maar ik ben er nog.’
Van frustratie naar missie
Wat begon als frustratie groeide langzaam uit tot een missie. Eerst ontwikkelde Linde webinars voor ouders. Daarna maakte ze samen met haar dochter leerstrategieën en een “leerwaaier” met manieren om informatie beter te onthouden. ‘Veel kinderen krijgen te horen: ga maar leren,’ zegt ze. ‘Maar bijna niemand leert ze hóé.’
Voor dyslectische kinderen maakt dat een enorm verschil. Veel strategieën draaien om beelden, structuur en creativiteit. Niet eindeloos lezen en samenvatten, maar leren via kleur, muziek, tekeningen of associaties. Haar dochter testte alles mee uit. ‘Dan kwam ze beneden en zei: ik heb een liedje bedacht voor mijn Latijnse woordjes.’
Linde glimlacht. ‘Toen dacht ik: oh, dat is ook slim.’ Ze ziet hoe vaak dyslectische kinderen een enorme creativiteit en leerhonger hebben, terwijl ze tegelijk voortdurend tegen grenzen aanlopen. ‘Mijn dochter wil alles weten,’ zegt ze. ‘Dat herken ik heel erg van mezelf.’
‘Dyslexie gaat over veel meer dan lezen en spelling. Het beïnvloedt hoe je informatie verwerkt en onthoudt. Over anders zijn in de klas. Toetsen maken met hulpmiddelen, in een andere ruimte, als je geluk hebt.’
Thuiskomen
Via HOI Foundation kwam Linde uiteindelijk in contact met Tamara Vreeken. Samen bezochten zij en haar dochter het Happy Dyslectisch Festival. ‘Dat voelde echt als thuiskomen.’ Voor het eerst stonden ze in een ruimte waar overal kinderen en ouders waren die hetzelfde meemaakten. ‘Alleen al dat Tamara vraagt: “Wie is er dyslectisch?” en dat al die handen omhooggaan. Dat doet iets.’ Volgens Linde verdween daar een stuk eenzaamheid.
Ze ziet hoeveel invloed een positieve benadering kan hebben op gezinnen. Ook thuis veranderde er veel. Haar partner begreep beter wat dyslexie eigenlijk betekent in het dagelijks leven. Niet alleen bij lezen, maar overal. ‘Mijn brein verandert soms letterlijk woorden,’ zegt ze lachend. ‘Bij de afslag naar Amsterdam en Amersfoort lees ik bijvoorbeeld op beide borden Amsterdam en kies daardoor de verkeerde richting.’ Ze probeert scholen en docenten uit te leggen hoe breed dyslexie eigenlijk doorwerkt. ‘Het is niet alleen een leesprobleem,’ zegt ze. ‘Het beïnvloedt hoe je informatie verwerkt, onthoudt en soms zelfs hoe je de wereld leest.’
De kinderen na haar
Inmiddels geeft Linde trainingen aan ouders en scholen. Ze hoopt dat dyslectische kinderen straks minder hoeven te compenseren dan haar generatie. ‘Ik wil vooral dat ze niet steeds de uitzondering hoeven zijn.’ Volgens haar hoeft niet ieder kind precies dezelfde ondersteuning te krijgen. Maar scholen zouden veel eerder mogen kijken naar wat een leerling nodig heeft om zijn talenten te kunnen laten zien. ‘We zeggen nu vaak: ze komen er uiteindelijk wel,’ zegt ze. ‘Maar waarom zouden kinderen zich eerst jarenlang moeten bewijzen ondanks het systeem? Ik denk dat ik probeer een soort pleister te zijn voor de generatie na mij.’