Frank van Beuningen groeide op in een welgestelde familie, maar voelde zich als kind allesbehalve rijk. Op school kwam hij niet mee. Lezen lukte niet, schrijven ging moeizaam en al snel kreeg hij een plek achter in de klas. ‘Hou je mond maar dicht. Zit het jaartje maar uit’, kreeg hij te horen.

Wat dat met een kind doet, laat zich raden. ‘Ik werd die domme van de klas. Vriendjes had ik niet. Niemand wil met de dommerik spelen.’ Hij zegt het feitelijk en nuchter. Alsof hij ze al zo vaak heeft gezegd, dat de lading eraf is. Maar als kind ging hij langzaam geloven dat hij minder was dan anderen. Dat durft hij nu op zijn leeftijd ook wel voorzichtig toe te geven.

Een andere blik

Waar school vastloopt, ziet zijn moeder iets anders. Zij herkent de domheid niet bij haar zoon. ‘Zij zei: het klopt niet dat hij dom is. Dat is hij helemaal niet.’ Ze ziet hoe snel hij denkt, hoe goed hij situaties aanvoelt, hoe hij opgaat in spel en beweging. Maar ze ziet ook hoe hij afglijdt in een gevoel van minderwaardigheid. In die tijd bestaat het woord dyslexie nog nauwelijks. Er is geen kader, geen begeleiding, geen alternatief. Alleen een systeem waarin je meekomt of niet. En hij komt niet mee.

Er volgen bijlessen, zomers waarin anderen spelen en hij moet doorwerken. Hij zet door, maar het helpt nauwelijks. ‘Al die moeite… en het lukte nog niet.’ Zijn schooltijd wordt iets wat hij later wegzet en afsluit. ‘Vreselijke tijd. Nul vriendjes. Dat heb ik gewoon weggedrukt.’

Een naam, maar geen oplossing

Pas later krijgt het een naam: eerst woordblind, nu dyslexie. Een professor in Groningen ontwikkelt methodes, er wordt gezocht naar oplossingen. Hij gaat zelfs naar een internaat waar hij intensieve begeleiding krijgt. Maar ook daar verandert de kern niet. De diagnose geeft uitleg, maar geen verlichting. ‘Het is er nog steeds. Je moet elk woord spellen.’ Het probleem blijft bestaan. Alleen de betekenis verschuift een beetje: het ligt niet meer aan luiheid of gebrek aan inzet, maar het zit in zijn hoofd. Zijn brein werkt anders.

Een andere route

Wat op school niet lukt, lukt ergens anders wel. Hij blijkt goed te kunnen rekenen, inzicht te hebben en snel verbanden te zien. Vaardigheden die minder zichtbaar zijn in een klaslokaal, maar wel waarde hebben daarbuiten. Frank komt op Wall Street in New York terecht, kort nadat zijn vader overleed. Zijn oom vond dat hij goed kon rekenen, volgens hem het enige waar Frank echt talent voor had, en regelde via een contact een stageplek. In New York voelt hij zich voor het eerst vrij van de druk van zijn familienaam. Daar kende niemand hem en kon hij helemaal zichzelf zijn. De geschiedenis valt weg. Geen label, geen achterstand. Alleen werk en succes. Langzaam verschuift het beeld dat hij van zichzelf heeft. Maar het voelt niet als een eindpunt.

Het kantelpunt

Na een paar jaar in de financiële wereld begint het te wringen. ‘Het was alleen maar money, money, more money.’ Hij merkt dat het niet past. Niet bij hem, niet bij wat hij van huis uit heeft meegekregen. Zijn moeder sprak altijd over balans: tussen mens en natuur, tussen binnen- en buitenwereld. Dat idee krijgt betekenis op een plek waar je het niet direct verwacht: op zee. Tijdens de Whitbread Round the World Race, midden op de oceaan, ervaart hij hoe klein je bent als mens. Hoe afhankelijk je bent van anderen. Hoe belangrijk het is om te voelen in plaats van alleen te denken. ‘Je moet luisteren naar je intuïtie.’ Het is een andere manier van navigeren. Letterlijk en figuurlijk.

Anders kijken

Daarna gaat zijn zoektocht verder. Hij bouwt bedrijven op, maar verkoopt ze weer als hij het gevoel heeft dat het niet meer klopt. Als het plezier verdwijnt, of het weer alleen om geld gaat. Steeds opnieuw kiest hij voor iets anders. Eerst bouwt hij Gaastra uit tot een internationaal watersportmerk, mede dankzij de opkomst van windsurfen. Later brengt hij via impact investing onder meer Ben & Jerry’s naar Europa en omarmt hij het idee van “people, planet, profit”. Tegenwoordig richt hij zich met PYM volledig op duurzaam en bewust investeren: kapitaal inzetten om de wereld te verbeteren. 

Dat ondernemen, bedrijven opbouwen en weer loslaten: hoe doet hij dat? ‘Dat is je gevoel. Je eigen kompas.’ Het is opvallend: juist iemand die jarenlang heeft geleerd dat hij het “niet goed doet”, ontwikkelt een sterk innerlijk kompas. Misschien omdat hij wel moest.

Dyslexie als onderdeel, niet als beperking

Zoals hij nu naar dyslexie kijkt, is niet romantisch. Hij maakt het niet mooier dan het is. Het was moeilijk. Het heeft pijn gedaan. Het heeft hem gevormd. Maar het is ook niet alleen een tekort. ‘Ik geloof nu ook wel dat je waarschijnlijk een voordeel hebt als je dyslexie hebt. Omdat je anders denkt.’ Hij benoemt ruimtelijk inzicht, creativiteit, durven afwijken. ‘Dat ontstaat ook omdat je niet mee kunt in de standaardroute. Je moet iets anders ontwikkelen.’

Zijn advies aan anderen: ‘Ga door. Werk keihard. Laat het niet liggen. Neem de vrijheid om dingen op een andere manier te proberen.’