Bruno leert sinds kort bij HOI-oprichter Tamara Vreeken over zijn STER-krachten. Ook bezocht hij een paar keer het Happy Dyslectisch Festival. ‘Daar was één iemand die niet dyslectisch was, en die kon op een gegeven moment niet meer denken bij een oefening. Toen dacht ik: hé, zo voelt dat dus. Normaal heb ik dat.’

‘HOI, ik ben Bruno. Ik ben negen jaar en ik zit in groep zes en ik hou van knutselen. Vooral 3D maken vind ik leuk - met dozen, papier, dingen met diepte erin. Tekenen vind ik een beetje nep, maar iets bouwen dat echt ruimte heeft, dat vind ik het allerleukst. Ik zit ook op tennis.’

Blij van knutselen

‘Ik ben dyslectisch. Het is niet officieel getest, maar het is gewoon onmogelijk dat het niet zo is. Mijn moeder is dyslectisch, mijn broer ook. Mijn vader niet. En ik spel gewoon alles verkeerd. Lezen duurt bij mij lang. Spelling is moeilijk. En op school moet je juist heel veel doen waar ik niet zo goed in ben, in plaats van de dingen waar je wél goed in bent. Dat vind ik soms irritant. Knutselen hebben we maar één keer per week. Terwijl ik daar juist blij van word.

Met grammatica snap ik meestal wel wat ik moet doen, maar ik kan al die namen niet onthouden. Dan staat er: ‘zoek de lidwoorden’. En dan weet ik niet of dat ‘de’ en ‘het’ zijn of ‘blauwe’ of weer iets anders. Dan krijg ik wat ik noem: mijn hoofd in error. Dan begrijp ik gewoon niet meer wat ik moet doen. Dat is irritant.’

‘Op school doe je veel dingen waar ik niet goed in ben’

STER-krachten

‘Als kinderen vragen wat dyslexie is, zeg ik gewoon: ik ben minder goed in spelling, schrijven en lezen, maar ik ben weer in andere dingen goed. Dat is eigenlijk de uitleg. Er zijn nog twee dyslectische kinderen. Een ervan is mijn vriend.

Ik ga naar Tamara en daar hebben we het over STER-krachten. Eerst wist ik niet eens dat het zo heette. Maar het zijn er vier, want ‘ster’ heeft vier letters. Ik herken ze eigenlijk allemaal. Dat is wel cool. Veel mensen herkennen er maar een paar, maar ik heb ze allemaal.

Ik ben ook naar het festival geweest. Daar waren bijna alleen maar dyslecten. Dat vond ik leuk, want dan is het omgedraaid. Dan zie je echt het verschil. Er was één iemand die niet dyslectisch was en die kon op een gegeven moment niet meer denken bij een oefening. Toen zag ik: hé, zo voelt dat dus. Normaal heb ik dat.’

‘Door de STER-krachten weet ik waar ik goed in ben

Officiële test

‘Op school moeten we vaak toetsen maken, IEP-toetsen. Soms is dat een hele dag. Wat ik lastig vind, is dat we in de les met modellen werken bij rekenen, maar bij de toets mag dat niet. Terwijl ik dan juist gewend ben aan dat model. Dat voelt onduidelijk.

Ik krijg binnenkort een officiële test voor dyslexie. Dat vind ik wel fijn. Want dan mag ik hulpmiddelen gebruiken. Nu mag ik dat soms, bijvoorbeeld iets luisteren in plaats van lezen bij een test, maar eigenlijk mag het niet. Soms is uitleg in de klas heel lang. Dan pak ik een soort stressdingetje om met mijn handen iets te doen. Anders dwaal ik af, vooral als het over iets gaat wat ik niet zo interessant vind. Grote Reis vind ik wel leuk - dat zijn thema’s waar je echt dingen mag maken en onderzoeken. Dan ben ik veel meer aan.

Als ik de STER-krachten niet zou kennen en alleen maar zou merken dat dingen moeilijk zijn, dan zou ik me wel afvragen wat er met me is. Nu weet ik: er zijn ook dingen waar ik goed in ben. Dat hoort ook bij mij.’

‘Als uitleg te lang duurt, dwaal ik af

Later

‘Later weet ik nog niet precies wat ik wil worden. Soms denk ik dierenarts. Vroeger wilde ik beeldhouwer worden. Maar het moet iets zijn wat ik leuk vind.

Wat ik zou willen dat mensen begrijpen? Dat dyslexie niet alleen is dat je slecht bent in spelling. Het betekent ook dat je andere dingen misschien juist goed kan. En dat je soms even tijd nodig hebt. Of uitleg op een andere manier.’