Toen Ise hoorde dat ze dyslectisch was, voelde dat alsof er iets mis was met haar. Jaren later maakt ze podcasts, schrijft ze verhalen en helpt ze andere kinderen. In haar openhartige verhaal vertelt ze hoe onzekerheid langzaam plaatsmaakte voor zelfvertrouwen, veerkracht en de kracht van anders denken.

Nog voordat Ise weet dat ze dyslectisch is, voelt ze het al. In groep 3 verandert er iets ten opzichte van groep 1 en 2. ‘Daar mag je nog letters overtrekken, een beetje oefenen. Maar in groep 3 wordt het serieuzer. We kregen zo’n boekje waarin je letters moest schrijven, en later woorden. Alles moest precies op de lijntjes. Toen voelde ik ineens druk. Het móest goed.’

Ise kijkt naar haar eigen schrift, en naar dat van anderen. ‘Ik zag dat andere kinderen het gewoon konden. Mooi en snel, maar ik niet.’ Ze beschrijft het als een sluipend gevoel van ongemak. ‘Ik ben best perfectionistisch, dus ik wilde het goed doen. Maar dat lukte niet. En dan word je boos op jezelf.’

Het moment dat alles instortte

De officiële bevestiging komt een jaar later, ergens in groep 4 of 5. Ise herinnert het zich nog haarscherp. De dyslexietest zelf voelde als een succes. Ze liep blij de school uit. Dit ging goed, dacht ze. Tot ze kort erna uit school komt en haar moeder ziet bellen. Serieus kijken. ‘Toen wist ik: er is iets. Mama zei: Ise, ik heb nieuws voor je. Er is vastgesteld dat je dyslectisch bent. We liepen naar de auto en toen begon ik heel hard te huilen. Ik voelde alles trillen en het voelde alsof ik instortte. Ik dacht: het is niet alleen zo dat school moeilijk is, maar ik ben anders. Het ligt dus echt aan mij.’

Dat gevoel komt in momenten van stress of paniek nog terug. ‘Dan voel ik weer datzelfde.’

De eerste barst in dat verhaal

Haar moeder doet iets wat achteraf cruciaal blijkt. Ze zoekt voorbeelden van bekende mensen met dyslexie. Einstein. Disney. ‘Ik dacht: maar hoe dan? Die kunnen toch alles?’

Het verandert niet meteen hoe Ise zich voelt, maar het zet wel iets in beweging. Een eerste, voorzichtige twijfel aan het idee dat dyslexie betekent dat je minder kunt.

Thuis blijft dat perspectief terugkomen. Niet ontkennen, maar ook niet dramatiseren. ‘Mijn ouders zeiden: het heeft nadelen, maar ook kansen. En we gaan kijken hoe jij je zelfvertrouwen terugkrijgt.’ Want dat was inmiddels het grootste probleem geworden.

‘Ik hoop dat kinderen gaan voelen: ik kan wél iets. Misschien juist iets heel bijzonders. Dyslexie is geen reden om jezelf klein te maken.’

Schrijven als uitweg

Tegelijk gebeurt er iets ogenschijnlijk tegenstrijdigs. Juist Ise, die worstelt met schrijven, begint verhalen te maken. ‘Omdat het helpt. Als het in mijn hoofd zit, moet het eruit.’

Wat begint met simpele verhaaltjes, ‘Piet en Henk gaan naar de speeltuin’, groeit uit tot iets groters. In groep 8 schrijft ze vrijwel elke vrije minuut een verhaal. Er ontstaat een stapel teksten. Gedichten voor familie, verhalen die anderen raken. ‘Ik dacht zelf: het stelt niet zoveel voor. Maar andere mensen zeiden: dit is goed.’ Dat externe vertrouwen blijkt essentieel. ‘Als iemand zegt: jij kan dit, dan ga je het ook sneller proberen.’ Langzaam verschuift het beeld van ‘ik kan dit niet’ naar ‘misschien kan ik dit wel, op mijn manier’.

Iets doen wat ertoe doet

Het verhalen maken krijgt een nieuwe vorm wanneer Ise, nog maar tien jaar oud, begint met een podcast. Samen met haar moeder, geïnspireerd door ontmoetingen via de HOI Foundation op het Happy Dyslectic Festival. Het idee is simpel: verhalen delen die andere kinderen helpen. ‘Ik wil altijd alles oplossen voor iedereen’, zegt ze lachend. ‘Dus dit voelde logisch.’ Ze interviewt andere dyslecten, zoals actrice Sanne Vogel en schrijver Jacques Vriens. Ze merkt wat het doet. ‘Als mensen zeggen dat mijn podcast hen helpt, voel ik zo’n vreugde. Dan denk ik: zie je, ik doe het ergens voor.’

Het helpt niet alleen anderen, maar ook haarzelf. Door al die verhalen hoort ze iets wat ze op school niet hoort: dat er meerdere manieren zijn om te denken, te leren, te zijn.

Wat niemand zag

Want dat is misschien wel de kern van Ise’s verhaal. Wat er moeilijk ging, was wel duidelijk. Maar wat er óók gebeurde, bleef lang onzichtbaar. Gedachten die blijven doorgaan. Altijd vooruitdenken. Verbanden leggen. Ideeën die blijven komen. ‘Ik lig soms in bed en ben al tien stappen verder. Dat kan ook een kracht zijn.’ Maar zonder iemand zegt: dit hoort ook bij jou, slaat het makkelijk om in onzekerheid.

Daar komt nog iets bij: de invloed van verwachtingen. ‘Niet letterlijk dat iemand zei: jij kan niks. Maar wel het gevoel dat ze dachten op school: laat maar zitten. Dat voel je en dat zit nog steeds in mij.’

‘Ik ben best perfectionistisch, dus ik wilde het goed doen. Als dat steeds niet lukt, word je boos op jezelf.’

Het kantelpunt: niet alleen zijn

Een belangrijk moment is haar eerste bezoek aan het Happy Dyslectisch Festival. In eerste instantie spannend. Tot ze ziet dat iedereen daar hetzelfde meemaakt. ‘Dan ben je ineens niet de enige.’ Ze beschrijft hoe kinderen binnenkomen met spanning en vertrekken met energie. Hoe fouten er niet toe doen en iedereen elkaar begrijpt. ‘Als iemand zegt: schrijf het maar op, maakt niet uit hoe. Dat geeft zóveel energie.’ Voor Ise werkt het zo. Ze gaat elk jaar opnieuw, omdat ze er op het festival aan wordt herinnerd dat ze lang niet de enige dyslect is. En dat er ook een andere manier van kijken bestaat.

Terug naar dat meisje van zeven

Als ze elf jaar is leest ze op het festival een brief voor. Aan haar jongere zelf. Het meisje van zeven dat nog niet weet wat er gaat komen. In die brief zit alles wat ze toen nodig had. ‘Ik zei dat het oké is. Dat het goedkomt. Dat ze niet hoeft te luisteren naar stemmen die haar kleiner maken.’ Het was vooral troost. Maar ook een zetje. Het moment zelf is spannend, omdat ze zich kwetsbaar maakt en echt laat zien wat er vanbinnen speelt. Het heeft veel impact. ‘Na afloop kwamen er veel ouders naar me toe die zeiden: nu snap ik mijn kind.’ Voor Ise is dat misschien wel het belangrijkste wat ze kan bereiken.

Wat ze wil doorgeven

Want als ze vooruitkijkt, weet ze één ding zeker: ze wil iets doen met mensen helpen. ‘Dat iemand zich veilig voelt en alles durft te zeggen.’ Ze hoeft nog niet precies te weten hoe. Coaching, schrijven, iets anders, maar de richting is duidelijk, en haar boodschap ook. ‘Dyslexie is geen fout, geen ziekte en geen reden om jezelf klein te maken. Ik hoop dat kinderen gaan voelen: ik kan wél iets. Misschien juist iets heel bijzonders. En dat ouders achter hun kind gaan staan en dat docenten verder kijken dan alleen lezen en spelling. Want dyslexie is niet iets om je voor te schamen. Het is ook iets wat jou maakt tot wie je bent.’